De standaard vrouw

Niemand is ooit verloren, maar ik soms toch een beetje. Als ik geen zin heb en jij er niet over wil praten, of als ik veel zin heb en jij er niet naar wil luisteren. Als ik het toch doe, mijn zin, en dat jou dan weer niet zint. Als ik de slet ben of de hoer, dan jij de macho en heel stoer. Als ik mijn ding doe en dan blijkt dat ik mama ben.
Van twee.

Als ik plat ga (in de bochten) en even later mijn helm afzet. Als blijkt dat ik niet blond ben, en geen C-cup heb, en toch, en toch…

Als ik begin en jij wil volgen, als we op elkaars tenen dansen. Als ik mij laat gaan en jou – heel even – in iets overtref. Als ik dit zeg en ook dit bedoel, en jij boos en verbouwereerd terugkijkt.

Meen je dat nu?

Als ik zeg wat ik wil, en door de mand val omdat ik de bodem eruit heb getrapt. Als ik mij volvreet en mijn calorieën niet tel en toch nog in mijn broeken blijf passen.

Min of meer.
– Las jij nu ‘plassen’? Echt?

Als ik jou wil en jij mij wil en ik tegelijk ook nog wat anders wil. Als ik mij vrij voel, omdat ik ben wie ik ben en omdat ik mezelf dat laat zijn. Als ik rond mij kijk en zie dat dat niet mag.

Hoezo, ik voldoe niet aan de norm?

Als het warm is voor iedereen en jij naar me kijkt, en ik me dat laat welgevallen omdat het beeld voor mij ook niet mis is. Maar daarom nog niet met jou in bed duik.

Als ik kieskeurig actief ben. Dan ben ik de matras en lig jij er onschuldig bovenop.

Terwijl het gewoonlijk omgekeerd is.
En helemaal niet zo onschuldig.
En volledig wederzijds.

Als ik dit schrijf en jij meteen denkt dat er iets niet klopt, want mannen hebben nu eenmaal zin en vrouwen nu eenmaal niet. En toch sta ik hier vol zinnen. Al negenentwintig tot nu toe en stijgende. Tot aan het punt waar ik de spreekwoordelijke ballen en het teveel aan testosteron begraaf waar ze thuishoren: tussen de figuurlijke bullshit.

Misschien ben ik geen standaard vrouw.
Maar de dag dat jij een standaard man tegenkomt,
mag je me ook eens bellen.

Advertenties

Uitvergroot

’s Morgens om half vijf de wekker, om half zes geen bus. Staking. Dat komt er van als je de krant niet meer betaalt en je gratis beurten verspeelt aan artikels over masturberen tijdens een depressie. In de bus die een uur later komt, zitten ze met twee aan het stuur. En ik zie scheel van de honger.

’s Namiddags in slaap vallen tussen ex-gedetineerden, of gevangenismedewerkers, de context was onduidelijk. Ik doe alsof ik er bij hoor (nadat ik werd wakker gepord) maar vraag me ondertussen af of dat wel zo’n goed idee is. Tot bij de receptie, waar wijn is (veel wijn), en alles plots een goed idee is.

’s Avonds van de ene naar de andere grote stad treinen (met vertraging), om aldaar een restaurant in de fik te steken (bijna, en per ongeluk) omdat ze me een te straffe cocktail gegeven hadden zonder hapjes. Het verkoolde servet kon verder afkoelen tussen de ijsblokjes. De cocktail was gelukkig op.

Puur ter info: ondanks mogelijke overeenkomsten (ja, ik nam de bus, ja, ik was vrij moe en ja, als er gin in zit moet je opletten met mij -zeker als ik al wijn op heb- en ja, een aspirant-brandweer moet toch oefenen) is dit fictie. Hier schrijf ik.

Leven doe ik ergens anders.

Experimentje

Geen goed idee, dus wat houdt me tegen het te doen?
De blikken misschien, de ingebeelde gedachten.
——— Het gebrek aan poen
Maar dat is het ook exact: blikken gedachten.

Mechanische geluiden in een organische wereld
waar mijn doen ongehoord is.
——— Ongezien, misschien
Terwijl ik toch ook alleen maar ben.
——— Tik
Terwijl ik toch ook maar alleen ben.
——— Tak
Terwijl ook ik toch maar alleen ben.
——— Boem

Ik ben alleen, maar terwijl toch ook
trots dat ik mezelf kan blijven.
——— In theorie

Open/Dicht

Moet je deuren nu open laten of sluiten? Sommigen zouden zeggen dat zoiets afhankelijk is van het seizoen. Of van de rekening die je wil betalen.

Ik betaal de rekening wel.

Met al die deuren op een kier durft het al eens tochten in mijn leven, zo hard soms dat het mij omverblaast. Want als alle deuren altijd blijven openstaan, vliegt er soms al eens iets waardevols de deur uit.

En mogelijk zie je dat nooit meer terug.

En dan durf ik, in mijn blinde woede (ik ben ook maar een mens), al eens een open deur intrappen, of met mijn voet ertussen toch nog de deur op mijn neus krijgen.

En zeer dat zoiets doet.

Maar ik heb het nu eenmaal niet op afgesloten ruimtes. Dus zal er altijd vanalles onaangekondigd komen binnenwaaien, of geruisloos weer verdwijnen. En misschien zal ook ik langzaam maar zeker leren dat een deur nu eenmaal een deur is omdat die – af en toe – ook dicht moet.

Anders was het gewoon een gat.

Ja, ik doe weer melancholisch. Wat is dat met die verjaardagen. Uiteindelijk zijn er voor mij gewoon 12053 dagen gepasseerd en morgen is dat er (laat ons hopen) ééntje meer. En als ik het zo zie staan, zijn dat er niet eens zo bijster veel.

Behalve als je al die kaarsjes op een taart moet krijgen misschien.

Sexy (but no) but sexy

Blijkbaar heb ik iets gemist.
Dat is niet zeldzaam natuurlijk, ik mis wel al eens iets.
Een voetganger bijvoorbeeld, op een haar na.

Neen, het was iets over sexy zijn, sexy as hell. En als ik seks en hel in één zin zie staan, dan lees ik toch op z’n minst de titel. En dan denk ik, oh yeah. Even een lijstje maken van de momenten waarop ik sexy ben als hel.

1. Als ik op iemand anders (zijn motor) kruip en een half uur geïnteresseerd blijf staren naar het design (want ik vind de startknop niet).

2. Als ik mijn elektrische tandenborstel twee seconden voordat ie in m’n mond gaat aanzet. Maar misschien was ‘als ik mijn elektrische tandenborstel’ op zich al sexy genoeg.

3. Als ik plat in de bocht ga, en mijn pedaaltje raakt de grond, en m’n knieën raken de grond, en m’n ellebogen raken de grond, en m’n helm raakt de grond. En daarna zit mijn haar nog goed.

4. Als ik zeg, ik kom, maar dan kom ik niet, want ik vind mijn sleutels niet en mijn schoenen niet en mijn geld niet en ik kan het niet opbellen want mijn gsm is ook nergens te bespeuren.

5. Als ik (dubbel)zinnige zever op mijn blog schrijf omdat ik het effe gehad heb met serieus zijn.

Dan is het tijd dat ik nog eens van de grond ga.
Wheelie, iemand?

In de zon is alles anders

Niet gereserveerd?
Daar bij de vuilbak is nog plaats.
Wesp in mijn bier.
Wesp op zijn lip.
Gil in mijn oor.
Serieus, drink ik dat nu nog op?

Die beesten hebben honger, net als ik.
Sla met wesp.
Sla naar wesp.
Het is een werk van barmhartigheid.
Dan doet een mens eens (alsof) gezond.
Moet je het nog delen ook.

En uiteindelijk ‘s avonds.
Daarom keek iedereen zo raar.
Een transparante bloes met een kanten bh.
Waar zit een mens dan met zijn gedachten.

Miskunde

Een beetje genie kan de oneindigheid vermenigvuldigen met een imaginair getal.
Ik verlies me in zo’n platte acht.
Om nog maar te zwijgen over het imaginaire.

Ik speel liever met de eindigheid omdat dat me grenzen geeft waar ik overheen wil, waar ik tegen kan botsen en over kan struikelen.

Een eindigheid waar vaak hoeken af zijn die je soms kan berekenen maar meestal zijn ze ontoerekeningsvatbaar. Afgerond kan ook, maar zelden in zijn geheel. Ik snijd me er vaak onverwacht aan.
En het wordt niet beter met ouder worden.

Eindigheden kan je optellen en aftrekken, en dan krijg je andere eindigheden. Er is oneindig veel variatie. En toch blijf ik oneindig meer verlangen naar dat imaginaire.

Want geef toe,
wat is er intrigerender dan een vermenigvuldiging van twee onbestaanden,
met een resultaat in de min.